Van LO naar Binnenlandse Strijdkrachten: de Doesburgse verzetsorganisatie herstructureert

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

24 mei 1943 – 1945

Bronnen:

De tot dan toe losse Doesburgse kernen rond onderduikwerk — de Ordedienst, de RK-parochie, de groep van Piet Willemsen rond de illegale pers, de groep ambtenaren van distributiekantoor en bevolkingsregister, en de groep dominees — voegen in 1943 hun activiteiten samen en gaan op in de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers (LO), die vanaf dat moment fungeert als lokale ‘franchiseorganisatie’ van het landelijke verzet.

Notaris M.F.D.E. Horst, ondergronds schuilend achter de naam ‘Van den Bos’ en medewerker van het Nationaal Steun Fonds, is als financier verantwoordelijk voor de boekhouding van de Doesburgse LO. In januari 1944 schuift Piet Weyde van de LO-Tiel Piet Willemsen naar voren als beoogd leider van de nieuwe LO-afdeling Doesburg, maar Willemsen draagt de functie over aan Rien Vos, wiens persoonlijke contact met ‘Ome Jan’ Wikkerink van het LO-hoofdkwartier in Aalten doorslaggevend is voor de aansluiting van Doesburg bij de LO.

Vanuit de samengevoegde Doesburgse LO wordt de Raad van Verzet (RvV) opgericht.

Na de aankondiging via Radio Oranje op 3 september 1944 van de vorming van de Binnenlandse Strijdkrachten kiest Londen de gewapende verzetsorganisatie RVV als belangrijkste contactorganisatie boven de Ordedienst; in deze ‘pre-BS-fase’ (3-15 september 1944) wordt de Doesburgse illegaliteit ondergebracht bij RVV-Brigade I van Gewest 5 Achterhoek onder res. kapitein A.M.J. (Thijs) Lichtendahl. Op 16 september 1944 geeft Londen via de Centrale Inlichtingendienst opdracht aan LKP, RVV en OD om met spoed een gezamenlijke ‘delta-structuur’ te vormen; kort daarop komt in Doesburg een verzetsraad (Delta-Doesburg) samen met Rien Vos, Piet Willemsen, dr. Joop Pieterse en Jan Bosch, die wordt benoemd tot plaatselijk commandant van de Stoottroepen.

Na het opheffen van OD-Gewest 7 wordt Doesburg medio oktober 1944 herschikt tot District IV-5 Zevenaar, met Andreas (Gerrit) Höpink als nieuwe districtscommandant (in de plaats van Lichtendahl, die naar District II Doetinchem gaat) en dr. Joop Pieterse aan het hoofd van sectie III Doesburg. Doordat de BS een militaire structuur naar het voorbeeld van de OD hanteren, moet de tot dan toe horizontaal georganiseerde LO ineens met commandanten gaan werken: Höpink wordt, in plaats van Jan Houtsma, eindverantwoordelijke, met vijf districtsondercommandanten en zo’n vijftien jonge, onervaren lokale BS-leden. Onder NBS Gewest 5 Achterhoek (commandant W.A. van de Wall Bake) krijgt Doesburg zo een vaste commandostructuur: Sectie III (strijdend en bewakend) met Joop Pieterse als staf, Rien Vos als sectiecommandant, B.J.M. Reestman als administrateur en B. Bakker als commandant van het bewakingsgedeelte.

Op 1 januari 1945 draagt Jan Bosch het commando over de Stoottroepen over aan Vos en Bakker wegens zijn overgang naar de Politie Opsporingsdienst (POD); op 8 april 1945 wordt Höpink herbenoemd tot commandant van zowel de Stoottroepen als de Bewakingstroepen van District 4 (Doesburg en het gebied ten zuiden van de Oude IJssel). Op 24 mei 1945 krijgt Piet Willemsen op eigen verzoek eervol ontslag uit de Binnenlandse Strijdkrachten. Na de bevrijding vormt de Doesburgse illegaliteit vanuit de BS het Militair Gezag, met daaronder de Politieke Opsporingsdienst (POD) afdeling Doesburg, en wordt de G.O.I.W.N.-afdeling Doesburg opgericht.

Jan Bosch, die in 1944 commandant van de Stoottroepen wordt, is als lid van het Doesburgse politiekorps tegelijk ook lid van de plaatselijke illegaliteit. Landelijk betreurt de LO circa 1.100 doden als gevolg van verzetsactiviteiten; hiervan komt er niet één uit Doesburg, doordat de kern van de groep telkens tijdig kon vluchten voordat de SD kon aanbellen.