Doesburg onder de Organisation Todt: spoorwegstaking, arbeidsdwang en onderduik van de verzetsleiding

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

15 oktober 1944 – 1944

Kort voor de Duitse luchtlandingen bij Arnhem doet de Organisation Todt (OT), de nazi-organisatie verantwoordelijk voor de aanleg van verdedigingswerken voor de bezetter, haar intrede in Doesburg voor werk aan de IJssellinie; de OT brengt dwangarbeiders naar de stad en heeft een eigen bewakingsdienst die naast de toch al zwaarbewaakte IJsselbrug extra controles uitvoert.

Netwerkrelaties van verzetsman Willemsen in Utrecht zorgen voor een continue aanvoer van extra voedselbonnen om de toestroom van evacuees, dwangarbeiders en later spoorwegstakers op te vangen.

Na een oproep van Radio Oranje op 17 september 1944, met het codebericht ‘De kinderen van Versteeg moeten onder de wol’, leggen 30.000 NS-personeelsleden het werk neer; ook spoorwegstakers met hun gezinnen uit onder meer Doetinchem en Zutphen komen naar Doesburg. Diezelfde dag vordert de waarnemend burgemeester, op last van de Beauftragte van de Rijkscommissaris, 500 arbeidskrachten voor de Wehrmacht; onder anderen Piet Willemsen wordt opgeroepen zich zaterdag 16 september te melden bij de Mauritskazerne.

Vrijwel de gehele Doesburgse verzetsploeg — behalve de verzetsvrouwen, pastoor Uyttewaal en kapelaan Morselt — moet zich die dag melden voor OT-graafwerk; de leiding van de Doesburgse LO besluit onder te duiken, Rien Vos in Doetinchem en Piet Willemsen dichter bij huis.

Vanaf 28 september 1944 dwingt een OT-bevel op straffe van de dood alle Doesburgse mannen tussen 16 en 60 jaar tot graafwerk aan de IJssellinie, zonder uitzondering voor distributieambtenaren of artsen; Huis Bingerden, schuiladres voor vele onderduikers, wordt gevorderd voor een OT-bewakingseenheid. Piet Willemsen vervalst een vrijstelling voor graafwerk en een Arbeitsausweis waarmee hij zich vrij mag bewegen binnen het OT-sperrgebied, en brengt de ondergedoken leiding van de Doesburgse LO vanaf 15 oktober 1944 weer aan het werk.