Verzetsnetwerken Doesburg na de schaalvergroting (1943-1945)
tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000
1943 – 1945
- Het Stille Netwerk: 1940-1945. De Doesburgse illegaliteit, haar ontstaan en regionale ontwikkeling , Sander Polman & Michel Wenting (boekpagina 102, 48-49, geraadpleegd 16-09-2026.)
Na de schaalvergroting van de illegaliteit vanaf medio 1943 telt Doesburg in de periode 1943-1945 een uitgebreider palet aan netwerken: de verzorgende netwerken Soeren, Vos, Schweigmann, Velp, Remmelink en Bonekamp, het netwerk illegale pers Willemsen, het LO-netwerk Gewest 5 Rayon Doetinchem ‘Houtsma’, netwerk Keurenaar (TD-groep), het financiële netwerk Horst en de regionale paramilitaire netwerken van de Ordedienst Gewest 5 en van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten Gewest 5 Achterhoek. Als ondersteunende netwerken worden daarnaast Groep Albrecht en Rolls Royce genoemd.
Doordat Doesburg door zijn beperkte ruimte, aanzienlijke collaboratie en grote bezettingsmacht nauwelijks meer permanente onderduikadressen kan bieden, gaat de illegaliteit vanaf begin 1944 over op vaste lijnen richting Keppel (contact bij rentmeester Marinus Remmelink) en Hummelo, van waaruit onderduikers verder uitwaaieren naar Beltrum, Haarlo, Neede en Eibergen.
Het communicatienetwerk van de Verzetsgroep Doesburg strekt zich vanaf begin 1944 uit van de Liemers en de Achterhoek tot aan de Veluwezoom, Utrecht en Noord-Holland; om het toenemende verraad- en infiltratiegevaar van deze expansie te beperken, werkt de illegaliteit vanaf 1943 steeds meer volgens een cellensysteem van kleine, onderling vertrouwde groepjes.