Doesburgse pilotenhulp aan geallieerde militairen

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

1944 – 1946

Bronnen:

Doesburg en omgeving vormen in 1944-1945 een schakel in de opvang en doorgeleiding van ondergedoken geallieerde piloten en militairen. De zwaarbewaakte Doesburgse schipbrug en IJsselbrug worden hierbij gebruikt als doorgangsroute, met de honderden dagelijkse Organisation Todt-werkers als dekmantel voor passerende geallieerde vliegtuigbemanningen; koerier Herman Tjeenk-Willink van de Brummense illegaliteit transporteert via deze route tientallen airbornes, goed voor veertien overgezette piloten en para’s.

Piet Willemsen biedt in september 1944 de Poolse piloot Bohdan Arct een schuilplaats na diens parachutesprong bij landgoed Bingerden (al wordt Arct alsnog door de Duitsers gevonden), en verzorgt begin 1945 als tolk de bij politieman en verzetsman Jan Bosch (Kerkstraat 36) ondergedoken Amerikaanse kolonel Glenn Duncan en Canadese sergeant Johnny Warren, met bonkaarten, kolen, kleding, een dagelijkse Engelse vertaling van clandestien nieuws, en een speciale editie van zijn nieuwsbulletin.

Jan van Loon verklaart in 1946 tegenover het Amerikaanse awards-bureau dat hij tijdens de oorlog ongeveer 30 piloten heeft geholpen, van wie hij de namen niet meer weet; onder zijn tochten valt ook het overzetten van Duncan, Warren en twee andere geallieerden naar Velp in maart 1945, en een IJssel-oversteek met een Noorse piloot en vijf Belgische SAS-commando’s in februari 1945. In 1946 vestigt het Amerikaanse Awards Bureau (The Holland Office) enkele weken een contactpunt in hotel-restaurant Hof Gelria aan de Koepoortstraat, om pilotenhelpers te interviewen en erkenning voor hun hulp te regelen.

Als vaste Doesburgse koerierster van BS-commandant M.J. Lichtendahl zorgt Niesje van Essen (‘Max’), samen met Jan van Loon, voor het transport van geallieerde vliegtuigbemanningen binnen district IV richting de IJssel bij Giesbeek, Doesburg of Zutphen; contactpunt hiervoor is Henri A.M. Gudden uit Eldrik, die ook het benodigde voedsel en de kleding regelt. Van Loon zelf koeriert tussen september 1944 en april 1945 ongeveer dertig piloten, die hij ontvangt van onder meer graaf Van Rechteren Limpurg (Hummelo), Gerrit Höpink (Giesbeek), J.G. Bosch (Doesburg), E. van der Weg (Hummelo) en J. van Gelderen (Laag-Keppel), en naar onderduikadressen brengt of overdraagt voor verder transport.