April-Meistaking 1943 zet aanzet tot bredere Doesburgse onderduikorganisatie

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

april 1943 – 1943

In april 1943 worden de circa 300.000 Nederlandse mannen die in mei 1940 in dienst van het Nederlandse leger waren, opgeroepen zich opnieuw te melden voor krijgsgevangenschap in Duitsland. Dit veroorzaakt grote landelijke protesten en arbeidsstakingen, de zogenaamde April-Meistaking. Het harde optreden van de bezetter en het bloedig neerslaan van de protesten vergroot vervolgens het maatschappelijk draagvlak voor illegale activiteiten. Industriestad Doesburg doet zelf niet mee aan de April-Meistaking van 1943, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Aalten, Winterswijk, Lichtenvoorde en De Steeg.

Naar aanleiding van het vraagstuk rond de hernieuwde krijgsgevangenschap geeft plaatselijk commandant O.D.-luitenant Willem Wijnen aan Theo Weetink opdracht tot het samenstellen van een organisatie die speciaal tot taak heeft mensen te plaatsen die zich willen onttrekken aan de krijgsgevangenschap. Al heel spoedig wordt de aanvraag voor onderduikadressen zo groot dat er andere contacten tot stand moeten worden gebracht, en verwatert de oorspronkelijk voor militaire onderduikers bedoelde organisatie: al snel wordt iedereen die wil onderduiken, ongeacht richting of reden, door deze organisatie geplaatst.