Duitse Orde draagt bezittingen over aan de stad

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

1614

Bronnen:

In 1614 worden de goederen van de Duitse Orde in Doesburg overgedragen aan de stad Doesburg — vermoedelijk gaat het daarbij om de landerijen, niet om het gebouw van de Commanderij zelf. De overdracht volgt op de Reformatie, waarbij de katholieke Duitse Orde geleidelijk werd omgevormd tot de hervormde Ridderlijke Duitse Orde. In een verdrag van 1580 was al vastgelegd dat de banden met de Duitse Orde in Duitsland moesten worden doorgesneden; tot in het midden van de zeventiende eeuw bleven er overigens katholieke commandeurs. In 1604 overleed de laatste priesterbroeder van de Doesburgse Commanderij en werd een ridderbroeder als overste aangesteld.

Historicus G.A. Six publiceerde in 1873 de letterlijke verdragstekst, gevonden op perkament tussen familiepapieren van de Voocht van Rijneveldt op Wiardastate. Het document bevestigt een eerder contract (Zutphen, 28 oktober 1613) over het verdelen van de geestelijke goederen per stad, en is op 11 december 1614 in Doesburg bezegeld door landcommandeur Dirk de Bloys van Treslong, commandeur Wilhelm Mulert (Dieren), commandeur Henrick de Voocht van Rijneveldt (Doesburg) en namens de stad Joeriaen Hartungsz — met drie adellijke zegels in rood was en het Doesburgse stadszegel in groen was.