Eerste Doesburgse reacties op de bezetting

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

1940 – 1942

Kort na de capitulatie in mei 1940 keren dienstplichtig soldaat Theo Weetink, officier Willem Wijnen en de onderofficieren Van Schaik, Van Dalen, Jansen en Schrederhoff alweer terug uit Duitse krijgsgevangenschap; enkelen van hen spelen later een sleutelrol in het plaatselijke verzet.

In de tweede helft van 1940 tekent zich het patroon van bezetting en eerste weerstand af. Op 11 juli bekrachtigt burgemeester Nahuys in een proclamatie in de Doesburgsche Courant de Duitse verordeningen, verboden en aanwijzingen die sinds de capitulatie zijn ingevoerd, met het vooruitzicht van extra maatregelen bij overtreding — een van de eerste tekenen dat het gemeentebestuur verzet tegen de bezetter ten strengste zal bestraffen.

In september begint de nazificatie van het ambtelijke apparaat met de verplichte, geruisloos ondertekende Ariërverklaring, ook door ambtenaren die later actief in het verzet terechtkomen. In november geeft de plaatselijke afdeling van de Nederlandsche Unie een legale stem tegen de NSB en de bezetting af — een van de weinige openlijke uitingen van afkeuring in het eerste bezettingsjaar — en weigert een aantal Doesburgers, als vorm van publieke ongehoorzaamheid, het nieuwe persoonsbewijs op te halen, dat voor de Sicherheitsdienst een belangrijk opsporingsmiddel tegen illegalen en onderduikers blijkt.

Doesburg kent in 1941 protesten tijdens de landelijke Februaristaking, de grote nationale stakingsactie tegen de vervolging van joodse Nederlanders; burgemeester Nahuys verzwijgt deze voorvallen voor de Beauftragte, dr. E. Schneider, in Arnhem, bang voor zijn eigen bevoorrechte positie. (De latere April-meistaking van 1943 in Doesburg is als aparte gebeurtenis vastgelegd.)

In 1942 sturen de katholieke en protestantse kerken in Doesburg voor het eerst gezamenlijk een protest tegen de ‘schending van gerechtigheid, barmhartigheid en vrijheid van geloof’ naar het Duitse bestuur.