Vier wortels van het Doesburgse verzet: Ordedienst, RK-parochie, illegale pers en dominees

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

eind 1940 – 1941

Vanuit plichtsbesef belast tandarts Willem Wijnen zich eind 1940, geheel zonder voorbereiding, op verzoek van OD-Gewest 7 in Arnhem met het formeren van een Doesburgse afdeling van de paramilitaire Ordedienst (OD). Lidmaatschap staat in Doesburg uitsluitend open voor ex-militairen; wie zich, zoals Piet Willemsen, zonder militaire achtergrond bij de OD meldt, wordt geweigerd.

Parallel hieraan leggen dominees Elshout, Jansen en Van Dalfsen in 1941 geleidelijk meer de nadruk op de morele afkeuring van de bezetting in hun preken. Hiermee activeren zij potentiële verzetsdeelnemers en roepen zij op tot donaties voor het goede doel; het opgehaalde collectegeld wordt gebruikt om onderduikers in de Achterhoek te financieren en verzetsstrijders uit knokploegen in het Noorden vrij te kopen.

Het organogram in het boek (boekpagina 37) toont de Ordedienst en de groep Dominees als twee van de vier parallelle wortels waaruit het Doesburgse verzet ontstond, naast de RK-parochie/escaperoute (pastoor Uyttewaal, 1940) en de illegale pers (Piet Willemsen, 1941). De derde wortel is de RK-parochie: pastoor A.S. Uyttewaal is vanaf 1940 actief in de Doesburgse illegaliteit en introduceert medio 1943 Theo Weetink bij een contact waarmee het rooms-katholieke LO-netwerk zijn intrede doet in Doesburg. Via dit contact worden vervolgens 1000 bonkaarten voor onderduikers in de Achterhoek geleverd. Kapelaan Theo Morselt, die Uyttewaals werk mee draagt, blikt in 1946 terug op de vlotte samenwerking tussen katholieken en niet-katholieken binnen de Doesburgse illegaliteit.